In de kijker

Kalender

Grondvest

JeV - Wat te verwachten van de Franstalige partijen?
14-1-2018
Enkele weken geleden nog beschreef CD&V-voorzitter Wouter Beke wie hem in 2018 het meest heeft verrast. Zijn antwoord: “Benoît Lutgen op 19 juni 2017 … Om de keuze te maken zonder socialisten een regering te vormen. Ik had die keuze verwacht en gehoopt in 2014. Hij heeft ze gemaakt in 2017.” Deze uitspraak is een mooi voorbeeld van het gebrek aan karakter bij de traditionele Vlaamse partijen. In hun wanhopig streven naar Belgische eenheid zijn ze blij met beslissingen uit het zuiden, zelfs als ze drie jaar op zich laten wachten.

De cdH

“De cdH is altijd zeer duidelijk geweest: niet met de nationalisten. De N-VA en de sociale zekerheid, hoe wil je dat ik dat doe? Dat is niet mogelijk (…) Ze proberen van alles iets communautair te maken.” Tot zover cdH-minister in de Waalse en Franstalige gemeenschapregering Alda Greoli begin december 2017. De dame liet zich deze uitspraak ontvallen aan de vooravond van een congres voor de gemeenteraadsverkiezingen dit jaar, hierin geruggensteund door voorzitter Benoît Lutgen. Voorgaand citaat maakt de toestand van dit moment zeer duidelijk, namelijk dat de cdH anno 2018 onder andere nog steeds geen onderscheid weet te maken tussen N-VA’ers, VB’ers, linkse nationalisten, … En uit een panische angst voor een zeker ‘zwart-geel monster’ uit het noorden elke mogelijke samenwerking ermee in 2019 resoluut afwijst. Die houding is natuurlijk niet dag op dag ontstaan. Daarom toon ik u in dit stukje graag een kort overzicht van de stoten die het cdH uithaalde sinds 2010. Het zou u kunnen verbazen, maar het ‘brave, stille cdH’ toonde zich in de recente geschiedenis bepaald agressief tegenover het Vlaamse rechtvaardigheidsstreven.

Fanatieke aanvallen op de Vlaamse beweging

Voor de federale verkiezingen van 2010 maakte de cdH een zeer duidelijke propagandakeuze door met de slagzin “L’Union fait la force. Le respect des francophones est un devoir.” naar de kiezer te trekken. Immers zag de partij de ‘N-VA-bui’ al hangen en probeerde ze in te spelen op de angst van de Franstaligen voor een oppermachtige partij, die het land wat later inderdaad op haar grondvesten zou doen daveren. Let vooral op de manier waarop de cdH focuste op het ‘respect voor de Franstaligen’ en het dus doodleuk naliet respect te eisen voor alle ‘Belgen’. Alsof ze het er expres voor doen, toonde de partij zich als de vertegenwoordiger van de Franstaligen in 1830: “Vlamingen? Als ze te moeilijk doen en niet naar onze pijpen dansen, creperen ze maar.” Als het woord ‘respect’ dan toch zoveel uitmaakt voor dhr. Lutgen, dan hoop ik vurig dat hij ooit eens zal begrijpen dat respect er wederzijds moet zijn. Zoals Hendrik Vuye een paar jaar geleden al opperde: “Het vrije politieke debat is een fundamentele waarde van de democratie. Dit geldt niet alleen voor zij die ‘vive la Belgique’ scanderen, maar ook voor diegenen die ‘België barst’ aanhangen.”

Het feest rond de kwestie ‘respect’ vanwege het cdH was echter nog helemaal niet ten einde! In het voorjaar van 2015, na de recentste federale verkiezingen, toonde Lutgen zijn belgicistische frustraties door een politicus van de MR ervan te beschuldigen een ‘collabo’ te zijn, terwijl andere cdH-politici de Vlaams-nationalisten (zowel het VB als de N-VA) in het parlement onophoudelijk als ‘fascisten’ te bestempelen. De metafoor van het duiveltje in een wijwatervat was (en is) echt niet ver te zoeken. De Vlaams-nationalisten groeiden die verkiezingen immers nóg meer dan ervoor, terwijl de cdH haast als een stokstaartje – verlamd van schrik voor de leeuw - aan de komende termijn in de oppositie begon.  Het politieke succes van de N-VA zorgde voor een algemene paranoia binnen de cdH voor alles wat te maken heeft met de Vlaamse Beweging. Zo uitte Lutgen ook kritiek op onze mooie, decennialange traditie van het Vlaams nationaal Zangfeest.

‘Kleine Benoît’ bleek immers enorm aangedaan van de strijdkreet ‘België barst!/Que la Belgique crève!’ op het Zangfeest, die hij – waarschijnlijk door gebrek aan een vertaalboekje – interpreteerde als ‘Opdat alle Belgen mogen creperen!’ Een enorm vertaalfout, natuurlijk. (Ach ja, Wallonië en Nederlandstalig onderwijs …) Toch is het op deze manier dat de partij al jarenlang al wat Vlaams ruikt verketterd als zijnde des duivels … En dat voor ‘ruimdenkende humanisten’! Overigens, wanneer de ‘progressieven’ in onze samenleving de Vlaams-nationalisten steeds verwijten in te spelen op de angst van de mensen (stel dat het waar is), dan is de Franstalige centrumpartij zeker in hetzelfde bedje ziek. Ligt iemand hier wakker van dergelijke demoniserende uitlatingen? Neen. Toch is het zeker de moeite om deze banale uitlatingen in het zuiden nauwkeurig bij te houden en op de gepaste momenten boven te halen. Niets werkt zo desastreus als uitspraken zwart op wit tevoorschijn toveren: “Mijnheer Benoît, doelen de Vlaams-nationalisten naar het creperen van ‘de Belgen’? Nee? Ik heb hier nochtans een interessante uitspraak van u bij, alstublieft.” ‘Mijnheer Benoît’ zal rap gedaan hebben met praten. Voor alle duidelijkheid: ‘België barst!’ is een van de courante slagzinnen die het Vlaams nationaal project uitdrukken, namelijk ons streven naar meer autonomie of naar Vlaamse onafhankelijkheid. ‘Zelfs’ de huidige eerste minister, Charles Michel, maakte al in de Kamer duidelijk: “Racisme is een misdrijf, Vlaams-nationalisme is een mening.” Ik koester een ijdele hoop dat Lutgen ooit de klik maakt en toegeeft aan ons ideaal dat onvermijdelijk zal leiden tot een fundamentele wijziging van de Belgische staatsstructuur. Ik vrees er echter voor.

 

Lutgen en zijn kampen

Die vrees is gegrond, vooral dan omwille van een voorstel van Lutgen uit augustus 2016. Toen opperde hij immers dat hij verplichte 'burgerschapstrajecten' wilde introduceren voor alle Belgische jongeren tussen 16 en 35 jaar: “Iedereen moet fier zijn om deel te kunnen uitmaken van onze open, vrije samenleving.” Hiermee leek hij zich wel te inspireren op een idee van de altijd creatieve Kristof Calvo, die graag een 'burgerschapsverklaring' verwezenlijkt zou zien. Die verklaring zou een document zijn met de rechten van elke Belg dat studenten op het einde van hun secundair moeten ondertekenen. Lutgen leek er nog een schepje bovenop te willen doen, namelijk het ‘Belgische burgerschapsgevoel’ aanwakkeren door Belgische jongeren van 16 tot 35 jaar op verplicht 'traject' te sturen. Daar zouden de "fundamentele waarden van onze samenleving" moeten worden ‘versterkt en tegelijk verdedigd’, waaronder onder andere vrijheid en tolerantie. Beetje hypocriet voor iemand die elke Vlaams nationale stem probeert te muilkorven. Zo blijkt ook uit het vervolg van zijn voorstel, iedereen moet zich uiteindelijk immers fier voelen om Belg te zijn. Alleszins fijn dat deze kampjes niet verplicht zijn, toch?

En nú wordt het gevaarlijk: Lutgen wilde, ook vandaag nog steeds, zijn voorstel wel degelijk bindend maken. Wat met hen, die uit Vlaamsgezinde motieven weigeren deel te nemen aan dergelijke uitstapjes van pure indoctrinatie? Tot vandaag pure vaagheid, buiten dan: “Wie weigert, geeft aan dat hij of zij een groot probleem heeft. Werkgevers gaan bijvoorbeeld zien dat iemand het burgerschapstraject niet heeft doorlopen en vragen stellen bij het gevoel voor engagement van de persoon in kwestie.” Met andere woorden: elke Vlaming die weigert, zal in het België van de cdH genekt worden door ‘vadertje staat’. Complete waanzin dus. Daarom doe ik hierbij een warme oproep aan u allen om u niet in de doeken te laten doen door Franstaligen, die ongevaarlijk lijken, maar een mes in de Vlaamse rug zullen steken wanneer ze dat kunnen. Ik ben dan ook benieuwd, terugdenkend aan het begincitaat van dit stuk, naar het definitieve antwoord van de N-VA als hen gevraagd wordt naar een mogelijke samenwerking?

 

Terug naar overzicht